Resultaten Nationaal Gezonderzoek 2015

Gezondheidsbevordering op de werkvloer op een (te) laag pitje. Wat met gezonde voeding tussen 9 en 5?

Woensdag 18 november 2015 — Delta Lloyd Life maakt vandaag de resultaten bekend van haar Nationaal Gezonderzoek. Deze eerste editie focust op gezonde voeding op het werk. Uit het onderzoek blijkt dat maar liefst 78% van de werknemers matig tot niet tevreden is over de mogelijkheden die hun werkgever aanbiedt met het oog op het op peil houden of verbeteren van een gezonde leefstijl. Jammer, gezien de bedroevende gezondheidstoestand van de werkende Belg. 

Zo blijkt maar liefst de helft (49%) te kampen met overgewicht, 58% voelt zich maar matig, tot ronduit ongezond en 55% zegt niet goed in zijn vel te zitten. Twee derde geeft zelf toe een ongezonde leefstijl te hebben. En hoewel uit de cijfers blijkt dat er tussen 9 en 5 een groot aantal werknemers bereid is gezonder te eten en te drinken indien de werkgever gezonde alternatieven zou aanbieden, rijst vervolgens heel snel de vraag hoe ver de werkgever hierbij kan gaan. Zo zegt 75% van de bevraagden dat de eigen leefstijl in the end een persoonlijke zone blijft. De uitdaging zal er voor werkgevers dan ook uit bestaan de juiste balans te vinden tussen aanmoedigen en bemoeien. Maar laten we beginnen bij het begin: zowel de bedrijven, als de overheid, als de Belg zelf sensibiliseren en aanzetten tot concrete gezondheidsbevorderende acties.

Onafhankelijke onderzoeksbureau 365ANALYTICS bevroeg 1000 actieve Belgen (tussen 18 en 65 jaar) naar hun persoonlijke gezondheidssituatie, naar hun visie op gezondheidsbevorderende initiatieven en naar de rol die hun werkgever hier vandaag in speelt en morgen zou mogen spelen.

’T ZIJN DIKKE TIJDEN

Een ongezond eetpatroon, een sedentaire levensstijl, te weinig beweging, stress, ... Het zit niet snor met de Belgische gezondheid. Zo blijkt onder meer uit cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie dat, wanneer we verder doen zoals vandaag, België tegen 2030 afstevent op een bevolking waarvan 89 procent van de vrouwen zal kampen met overgewicht. Dat we ‘goed’ op weg zijn naar dit percentage, bewijzen ook de cijfers uit het Nationaal Gezonderzoek. Maar liefst de helft (49%) van de respondenten kampt vandaag al met overgewicht of is zwaarlijvig. Slechts 42% voelt zich gezond en slechts een derde zegt een gezonde leefstijl te hebben. Logischerwijs voelt slechts 45% van de Belgische werknemers zich goed in zijn vel.

Op de vraag of men over het algemeen gelukkig is, antwoordt 46% van de bevraagden positief. Een cijfer dat sinds 2012 – mits een kleine schommeling – op hetzelfde niveau blijft zweven. De cijfers tonen dan weer wel dat Belgen met onder- gewicht, en zwaarlijvigheid zich iets minder gelukkig voelen dan Belgen met een normaal gewicht.

Annelore Van Herreweghe, woordvoerder van de levensverzekeraar:

“Onze slechte en verslechterende Belgische gezondheid is best problematisch. De stijgende kost van de gezondheidszorg zet de bescherming van de Belg onder druk en onderlijnt het belang van gezondheidspreventie en gezondheidsbevorderende initiatieven. En dat is niet alleen een zaak van de overheid en het onderwijs. Ook bij het individu en de werkgever moet de mindset anders." 

GEZONDE LEEFSTIJL IS MOEILIJK, LASTIG EN DUUR

Voldoende in beweging blijven, werken aan de mentale gezondheid en er een gezond eetpatroon op nahouden zijn de evidente verbeterpaden. Maar volgens de Belg is een gezonde leefstijl duur (51%), neemt die veel tijd in beslag (44%) en vraagt die een grote inspanning (52%). Een nefast denkpatroon van een actieve bevolking waarvan 70% zegt een ongezonde leefstijl te hebben en 58% aangeeft zich maar matig, tot ronduit ongezond te voelen.

Annelore Van Herreweghe ziet vooral de opportuniteit:

“Het goede nieuws is dat er heel wat verbetering mogelijk is op verschillende terreinen. Maar een reeks moeilijk te doorbreken barrières weerhouden de Belg ervan de stap te zetten naar een gezonde leefstijl. De Belg kan het niet alleen. We moeten hem helpen, willen we onze algemene gezondheidstoestand opkrikken. Want, hoewel de keuze om gezond te leven op het einde van de rit bij onszelf ligt, zijn er vandaag heel wat instanties die een duwtje in de rug kunnen geven. Die ‘gezonde cultuur’ maken we immers samen. Onderwijs en de overheid via een degelijk preventiebeleid. Maar ook de werkgevers. De gemiddelde werknemer zit dagelijks de helft van zijn tijd op het werk. Dat staat gelijk aan een periode van maar liefst 8 uur potentiele gezondheidsbevordering. Bijvoorbeeld door gezonde voeding goedkoper en aantrekkelijk te maken en ervoor te zorgen dat het even makkelijk te verkrijgen is als ongezonde voeding.”

VOORDELEN PLUKKEN

Inzetten op gezondheidsbevordering heeft voordelen voor werknemer (gelukkiger) en maatschappij (dalende gezond- heidskost). Maar in eerste instantie ook voor het bedrijf zelf.

Lieven Annemans, Gezondheidseconoom Ugent:

“Onderzoek toont aan dat het BMI van werknemers tot 5% daalt wanneer zij werken in een professionele omgeving waar de werkgever actief aan de slag gaat met gezonde voeding. Hierdoor kan het aantal werknemers met een gezond voedingspatroon met 50% stijgen.”

Dit heeft zowel op korte, als op lange termijn heel wat voordelen voor de werkgever. Professor Annemans staaft deze stelling:

“Gezonde werknemers presteren beter, zijn minder vaak ziek en renderen beter op lange termijn. Zo toont onder- zoek ook aan dat gezonde werknemers tot vier maal langer per week fysiek actief zijn. Hun productiviteit stijgt met 10 tot zelfs 30 procent. En absenteïsme daalt in een aantal studies met 25%. In andere dan weer tot 50%. Bovendien hebben geëngageerde bedrijven altijd een beentje voor inzake bedrijfsimago. Zowel intern als naar de buitenwereld toe.” 

VEEL LAAG HANGEND FRUIT, TOT VANDAAG NOG NIET GEPLUKT

En dàt er een groot potentieel is, dat blijkt uit de cijfers. Slechts 19% van de werknemers is vandaag tevreden over de moge- lijkheden die hun werkgever biedt om de eigen leefstijl op peil te houden of te verbeteren. Nochtans zouden vele werknemers kiezen voor gezond, indien het bedrijf dit zou aanbieden. Op de vraag of de werkgever het aanbod van dranken op het werk vandaag gezond houdt, antwoordt slechts 37% positief. Nochtans zegt 55% van de werkemers dat ze hiervan gebruik zou maken indien het aanbod er zou zijn. Bij slechts 30% van de werknemers zorgt de werkgever er vandaag voor dat zijn medewerkers ’s middags gezond kunnen eten. Nochtans stijgt het potentieel tot bijna het dubbele. Zowat 6 Belgen op 10 zou kiezen voor een gezonde maaltijd indien de werkgever dit zou aanbieden. Bij 1 werknemer op 5 wordt op het werk gratis fruit aangeboden. Nochtans zegt maar liefst de helft spontaan fruit te eten indien de werkgever het hen zou aanbieden. Bij slechts 1 werkgever op 5 zijn gezonde voedingsmiddelen (waaronder ook tussendoortjes) voorzien. 45 % zou hier met plezier gebruik van maken, indien de werkgever het zou aanbieden.

AANMOEDIGEN: JA. BEMOEIEN: NEEN.

De discrepantie tussen de huidige realiteit, en het potentieel van morgen toont aan dat een belangrijke deel van de Belgen openstaat voor een stap richting gezond. 45% van de werknemers zegt bovendien dat hun werkgever hen actief mag motiveren om er een gezonde levensstijl op na te houden. Alleen rijst hierbij al snel de vraag hoe ver de werkgever hierbij kan gaan. Zo zegt 75% van de bevraagden dat de eigen leefstijl in the end een persoonlijke zone blijft.

De woordvoerder van Delta Lloyd Life reageert:

“Naast werknemers nog meer sensibiliseren en activeren bij het opstarten of uitwerken van gezondheidsbevorderende initiatieven, zal de uitdaging er voor de werkgevers dan ook vooral uit bestaan de juiste balans te vinden tussen aanmoedigen en bemoeien. De werkgever moet beogen om van gezonde voeding de evidente en gemakkelijke keuze op het werk te maken. En daar zijn de cliché marketingtechnieken die vaak op speelgoed of ongezonde voeding worden toegepast om kinderen onbewust te beïnvloeden, misschien ook wel een te bewandelen piste. Zet gezonde voeding op ooghoogte, verleid de Belg met bepaalde geuren en kleuren om hem gezonder te doen eten, maak gezonde voeding goedkoper en aantrekkelijk, en zorg dat het vooral gemakkelijker te verkrijgen is als ongezonde voeding.”

DE SCHAALPARADOX: KMO VERSUS MULTINATIONAL

Uit de resultaten van de VIGeZ-indicatorenmeting blijkt dat het het vaakst grote bedrijven zijn die inzetten op gezondheidsbevordering. Ze investeren in verhouding ook meer. Hun budgetten zijn groter, en de kost per werknemer is door schaalgrootte vaak interessanter dan bij kleine bedrijven. Bovendien hebben zij ook naar mankracht meer mogelijkheden, daar waar bij kleine KMO’s gezondheidsbevordering vaak helemaal onderaan de agenda wordt geplaatst. 

Paradoxaal genoeg blijkt uit het Nationaal Gezonderzoek dat werknemers uit kleinere bedrijven net méér tevreden zijn over de initiatieven die worden genomen door hun werkgever. Annelore van Herreweghe:

“Een mogelijke verklaring zit hem in de doorstroom binnen multinationals. Zo kunnen we ons de vraag stellen of initiatieven die aan de top worden genomen op de juiste manier worden uitgerold. Bereiken ze de werknemers zoals het hoort? En nemen grote bedrijven wel de juiste acties? Zo vermoeden we dat bedrijven met een kleiner aantal werknemers makkelijker kunnen inspelen op de échte noden van de medewerkers. De lijn werkgever-werk- nemer is kleiner. De kennis over wat leeft op de werkvloer daardoor groter.” 

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 

“Bedrijven hebben baat bij gezonde werk- nemers en werknemers zijn gebaat bij gezonde bedrijven. Bedrijven die investe- ren in een beleid dat een gezonde leefstijl stimuleert, creëren werkbaar werk en een gezondere samenleving.”

Conclusie: Maak gezond onderdeel van de Belgische cultuur.

Fitte mensen hebben een beter zelfbeeld en zijn gelukkiger. Het zijn ook werknemers die beter presteren, minder ziek zijn, en langer actief blijven. Gezonde burgers wegen ten slotte ook minder op de Belgische sociale zekerheid. Willen we de Belgische gezondheidskost onder controle krijgen zal men daarom nog harder moeten inzetten op preventie. We moeten evolueren naar een overheid die de focus van reactief naar preventief verlegt. Dit werd eind juni nog sterk verwoord door het burgerlabo:

“We moeten de zaken omdraaien en ziekteverzekering vervangen door een gezondheidsverzekering. Naast een taxshift heeft België voornamelijk nood aan een gezondheidsshift die curatief vervangt door preventief.”

Zo blijft de sociale zekerheid de nodige draagkracht hebben voor die momenten waarop we het écht nodig hebben.

De vraag die zich hierbij opdringt is of een ontmoedigend beleid zoals dat zich vandaag ontwikkelt de nodige mentale verandering zal brengen. Dat is immers de enige basis die uiteindelijk leidt tot een langdurige gedragsverandering. Zal de suikertaks, zonder een geïntegreerd en doorgedreven educatief, aanmoedigend beleid, mensen voldoende duidelijk maken waarom we suiker beter uit ons eetpatroon weren? En welke alternatieven er dan zijn? Zal de suikertaks gezinnen ook toelichten hoe zij hun wekelijks huishoudbudget ook gezond onder controle kunnen houden?

Dat brengt ons bij een laatste belangijke conclusie. De feiten zijn wat ze zijn. De Belg eet ongezond en weet op zich wel dat het anders moet. Maar onze levensstijl ook écht over andere boeg gooien, dat blijkt geen evidentie. Het weerspiegelt een algemene cultuur waarin veel gepraat wordt over gezondheid, zonder daar in de praktijk mee aan de slag te (willen) gaan. Dit in tegenstelling tot de Scandinavische landen waar een gezonde leefstijl zit ingebakken in alle facetten van het leven. Individuen, scholen, overheid, ... iedereen gaat er actief mee aan de slag.

Het is de richting die ook België uit moet. Gezonde voeding moet een gemakkelijk, en vooral evidente keuze worden. En dat is een cultuurverhaal dat we samen moeten maken. Individu, werkgevers, scholen en onze overheden.

Laten we de handen in elkaar slaan! 

 

**************

Bedrijven die inzetten op gezondheidsbevordering: 10 voordelen.

  1. Minder gestresseerde medewerkers

  2. Hogere jobtevredenheid

  3. Grotere motivatie bij de medewerkers

  4. Betere relaties tussen de medewerkers

  5. Meer stimulatie van creativiteit

  6. Minder absenteïsme

  7. Minder presenteïsme

  8. Minder personeelsverloop

  9. Beter bedrijfsimago binnen het bedrijf

  10. Beter bedrijfsimago naar de buitenwereld toe